Specifieke projecten

Er gaat niets boven leren van elkaars ervaringen en expertise.  De gemeente Apeldoorn en Borne vertellen over hun ervaring met de aanpak van overwegen in de praktijk.

Leren van elkaar: gemeente Borne

Joachim Wissink, senior beleidsmedewerker Verkeer en Vervoer in Borne, vertelt over de overweg aan de Deldensestraat in deze Twentse gemeente. “Daar passeren elk uur twaalf reizigerstreinen en een enkele goederentrein. Als gevolg hiervan zijn de spoorbomen zo vaak dicht dat dit het wegverkeer aanzienlijk belemmert, en daarnaast onveilige situaties oplevert. Er moest iets gebeuren.”

Hoe ging gemeente Borne te werk? Wissink geeft aan dat het belangrijk is dat je als gemeente een visie hebt hoe je de barrière van het spoor in je gehele gemeente kunt oplossen. Wissink: ” Wij hebben een ‘Totaalvisie’ gemaakt waarin verschillende stappen zijn vastgelegd. De gemeenteraad heeft deze visie vastgesteld en van daaruit gaan we met de oplossingen verder. Een van de stappen was de aanmelding van de overweg Deldensestraat voor het LVO-traject.” Tegelijkertijd is het de uitdaging om voorafgaand aan het LVO-traject niet teveel zelf te doen. Wissink: “Wij hadden, ook vanwege de ‘Totaalvisie’, al veel analyserend voorwerk gedaan. Maar zóveel, dat het ministerie later zei: ‘Jullie hebben veel te veel zelf uitgewerkt.’

“Daarop gingen we te rade bij het LVO en kregen bezoek van Elizabet de Graaf, projectmanager Specifieke Projecten bij het LVO. ‘Richt je als wegbeheerder op de weg en bedenk geen oplossingen voor het spoor’, raadde ze ons aan, en ze wees ons op het aanmeldformulier op samenoverweg.nl.” Daar maakte Borne gebruik van.

Wissink: “In opdracht van het LVO kwam Ingenieursbureau Arcadis met een eigen analyse. De begroting op basis van deze analyse was anders dan onze eerdere begroting, omdat Arcadis voor onze overweg andere uitgangspunten hanteerde dan wij hadden gedaan. Wat wij hiervan hebben geleerd: kom niet zelf met allerlei oplossingen, overleg eerst met het LVO. En daarnaast kun je overwegen om je rechtstreeks bij het LVO aan te melden, als blijkt de provincie niet gaat meefinancieren.”

De uitkomst van de analyse: een plan voor een vrijliggend fietspad, waardoor fietsers en automobilisten niet langer op hetzelfde weggedeelte voor de spoorwegovergang hoeven te staan. De gescheiden verkeersstromen zorgen straks voor een veiliger situatie tussen langzaam en snel verkeer. Ook wordt gekeken of aanpassing van de dichtligtijden nodig is. Wissink: “Borne is nu één van de vier gemeenten waarvoor een bestuursovereenkomst in de maak is. En daar zijn we erg blij om.”

Leren van elkaar: gemeente Apeldoorn

Bert de Leeuw is Verkeerskundige op de beleidsafdeling van gemeente Apeldoorn. Hij vertelt over de overweg aan de Laan van Osseveld. Bert: “Daar passeren zóveel treinen dat de spoorbomen erg lang en vaak dicht zijn. Weggebruikers hebben te maken met lange files en dito wachttijden, maar ook met onveilige situaties. Zo zijn er scholen aan weerskanten van het spoor. Om veilig over te kunnen steken, moeten de scholieren een stukje omfietsen en natuurlijk kiezen ze liever voor een rechtstreekse route. Maar die is wel onveiliger.”

Gemeente Apeldoorn begon gegevens te verzamelen. “Hoeveel fietsers en auto’s reden er bijvoorbeeld over de overweg, en van welke leeftijd zijn de weggebruikers? Dat rapport leverden we via de provincie in bij het LVO en in november 2015 kregen we daarvoor een ‘voldoende’. En we konden door naar het volgende stadium: de probleemanalyse.”

Men ging gedegen te werk. “Het LVO belegde meerdere bijeenkomsten, waarbij we huiswerk meekregen en uiteindelijk een kostenraming maakten van diverse oplossingen. Uiteindelijk bleek een onderdoorgang de meest kosteneffectieve oplossing te zijn. Zelf had ik stiekem gehoopt op een minder traditionele oplossing; iets waardoor de dichtligtijden korter zouden worden. Want de aanleg van een tunnel heeft verkeerskundig natuurlijk heel wat voeten in de aarde. Maar uiteraard zijn we erg blij met de uitkomst. We kunnen nu de situatie gaan verbeteren.”

“Wat ik wel fijn had gevonden, is om sneller inzichtelijk te hebben hoe de oplossingen scoren op kosteneffectiviteit. Wanneer een bepaalde oplossing onvoldoende kosteneffectief is, kun je deze sneller laten afvallen en je richten op alternatieven. ”

Lees meer over specifieke projecten in de FAQ.