Hoe komen gemeenten het LVO op het spoor en wat levert dit op? Bart Winkel is beleidsadviseur van de gemeente Dordrecht. Hij vertelt over zijn ervaringen met het LVO.

In Dordrecht ontstond in de loop van de tijd een knelpunt. Bart Winkel: “Al sinds de aanleg van de spoorlijn Dordrecht – Geldermalsen ligt er een overweg in de Krommedijk. Begin twintigste eeuw kwamen daar nieuwe woonwijken bij, vervolgens diverse wegen en dus ook meer verkeer. De sluiting van een spoorwegovergang verderop deed daar nog een schepje bovenop, terwijl ook de overweg vaker dichtging toen het aantal treinen op de MerwedeLingelijn verdubbelde. Het leidde tot steeds meer ergernis bij weggebruikers.”

Bij het LVO stond de spoorwegovergang al op een knelpuntenlijst, gemaakt op basis van theoretisch onderzoek. Daarop besloot gemeente Dordrecht tot een verkennende probleemanalyse, waaruit bleek dat de overweg kansrijk was voor een integrale probleemanalyse door het LVO. En zo gebeurde het.

Bart: “Heel bijzonder om zo samen te werken. Ieder vanuit z’n eigen discipline en achtergrond en toch komt alles mooi bij elkaar. In meerdere werksessies benoemden we de belangrijkste knelpunten: lange wachttijden en wachtrijen, irritatie en het negeren van verkeers- en overweglichten.” Ingrijpende maatregelen mét behoud van een goede balans van het verkeersnetwerk bleken niet mogelijk. Minder ingrijpende maatregelen wél. Bart: “Vooral waar het fietsers betrof. Zij krijgen meer opstelruimte. We passen ook de verkeerslichtenregeling aan, om het ongeduld bij weggebruikers te verminderen. Zo verbeteren we de situatie kosteneffectief.”

integrale probleemanalyse door het LVO