In oktober organiseerde ProRail een LVO Regiobijeenkomst voor gemeenten, provincie, het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De opzet: ideeën en expertise met elkaar uitwisselen, en elkaar nog beter weten te vinden. Aan het eind van de dag werd de balans opgemaakt; wat zijn de leerpunten?

Programma-manager LVO Kees Larooij deed de aftrap: “Deze bijeenkomst is een mooie gelegenheid om van elkaar te leren en met elkaar te delen.” Aansluitende presentaties gaven de aanwezigen inzicht in de diverse fases van lopende projecten rond de Specifieke maatregelen, de Generieke maatregelen en de Gedragsmaatregelen. Daarna ging het gezelschap uiteen voor rondetafelgesprekken.

Ze bespraken twee praktijkcasussen: een overweg in Borne en een overweg in Apeldoorn, ingeleid door de betrokken beleidsmedewerkers van de gemeente. De insteek: wat ging er tijdens het gehele traject goed? Maar ook: wat kon beter? Het leverde na afloop waardevolle conclusies op. Een selectie:

  • Richt je als wegbeheerder op de weg en bedenk geen oplossingen voor het spoor. De kans is groot dat nadien de LVO-bevindingen anders blijken te zijn, zodat je veel werk voor niets hebt gedaan. Beschrijf vooral de problematiek aan de wegzijde, zowel kwantitatief als kwalitatief.
  • Het is behulpzaam voor het LVO-proces en daarmee voor de formulering van oplossingsrichtingen als de gemeente structuurvisies heeft, waarin – bijvoorbeeld – de gewenste functionaliteit van de betreffende weg staat.
  • Het managen van verwachtingen door het LVO is belangrijk: wat zijn de doorlooptijden, wat moet je als gemeente aanleveren, wat zijn de kosten?
  • Je als wegbeheerder bij het LVO aanmelden hoeft niet via de provincie, maar kan direct bij het LVO. Dat scheelt vaak tijd. (Laat het wel weten aan de regionale coördinator van de provincie.)

Lees hier een uitgebreider artikel over de twee praktijkcasussen.