Bij het oversteken van een overweg is aandacht belangrijk. Afleidende objecten, zoals reclameborden, kunnen daarbij voor ‘ruis’ zorgen. ProRail inspecteert daarom overwegen om te zien of ‘opschoning’ misschien nodig is.

Welke objecten zijn niet gewenst in de beheerzone rond een overweg? Daarvoor gelden wettelijke bepalingen. Aan de hand daarvan kan ProRail verzoeken ontvangen van – bijvoorbeeld – reclamebureaus die een uiting willen plaatsen rond deze zone. ProRail bekijkt dit van geval tot geval. Dat kan leiden tot een vergunning, maar ook tot afwijzing van een verzoek.

Daarnaast doet ProRail periodieke overweginspecties. Soms gebeurt dat samen met de wegbeheerder, bijvoorbeeld als het handig is om over een bepaald object te kunnen overleggen. Een vast onderdeel is: kijken of de zichtlijnen van de weggebruikers niet worden belemmerd door bijvoorbeeld verwijs- en reclameborden. Staan deze binnen de spoorzone, dan treedt ProRail in overleg met de eigenaar daarvan.

Staan ze buiten de beheergrens, dan is de gemeente degene die contact opneemt. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet om lantarenpalen of verkeersborden. De eigenaren van de objecten vinden het vaak geen probleem om een reclameobject een eindje verderop neer te zetten. De overweginspectie gebeurt elke drie jaar, maar ook tussentijds krijgt ProRail wel eens signalen over afleidende objecten rond een overweg. Een melding daarvan doen, kan hier.